Rijtuig van de week: nr. 04

Het rijtuig van deze week is de Kiereboe. Dit is één van de oudere rijtuigjes uit onze collectie. Deze uit de kluiten gewassen kinderwagen – want daar doet de vorm toch wel aan denken- dateert uit de 2e  helft van de 18e  eeuw en is buitengewoon zeldzaam.

In Nederland zijn slechts twee overgebleven kiereboe's bekend. De kiereboe is een speelwagen op riemen, één van de vele typen speelwagens zoals die in de 18e  eeuw bestonden. Het woord speelwagen komt ons in de 21eeuw misschien een beetje vreemd over: alsof het kinderspeelgoed betreft. Het woord speelwagen moeten we eerder lezen als plezier- of sportrijtuig: het is geen boerenwagen meer en het is ook geen (deftig) koetsiersgerij. De vering van zo'n 18e  eeuwse speelwagen bestond slechts uit twee lange lederen riemen waarop de wagenbak rustte. Omdat dergelijke riemen mettertijd oprekten was er vaak een voorziening om ze op te kunnen spannen. Soms door een ratelmechaniek, of zoals bij deze kiereboe door een simpele ijzeren vleugelmoer. Hetzelfde principe zien we bij de diverse sjezen in het museum.

Zoals gezegd lijkt een kiereboe een beetje op een kinderwagen: de grote linnen kap kan in zijn geheel afgenomen worden, maar de waaiervormige constructie van de kleedbogen voorziet ook in de mogelijkheid om de kap neer te slaan, net als bij een kinderwagen. De wagenbak van een kiereboe heeft als het goed is een licht gebogen bodemlijn, waarin mogelijk ook een verklaring te vinden is voor de ietwat eigenaardig aandoende naam van het rijtuig. Er zijn een tweetal theorieën over de herkomst van het woord, het meest waarschijnlijk is dat “kiereboe” een verbastering is van het Friese “kjirrebûk”. Geen Fries zal het woord (her)kennen, maar vrij vertaald is het zoiets als “krombuik”. Het schijnt dat dit type speelwagen in Friesland populairder was dan elders, en daar ook wat langer standhield, maar de naam kiereboe vonden we in de 18e  eeuw in heel Nederland. In de archieven van de Leeuwarder Courant vinden we in de eerste helft van de 19e eeuw nog zo nu en dan een kiereboe aangeboden staan. De bekende Leeuwarder wagenmaker Hettema heeft zelfs nog in 1857 de volgende advertentie staan: 

Rijtuigen te koop: een ligte negenmans CHARABANC, 1 dito zesmans, 1 BAROUCHETTE, 1 ligt viermans WAGENTJE, 1 KAPCHAIS, 1 beste kromme CHAIS, allen zoo goed als nieuw, nieuwmodische MATWAGENTJES op Veeren en Riemen, met en zonder Glazen, KIEREBOE`S en nieuwe KAPCHAISEN, waarvan een bekleed, met losse afnemende Kap, dubbele Slagijzers en Kolnsassen, voor welker deugdzaamheid wordt ingestaan. C.HETTEMA, Rijtuigmaker naast de Posthoorn te Leeuwarden.

Daarna komen we de naam kiereboe niet meer tegen; modernere rijtuigtypen waren inmiddels allang in zwang geraakt.

                                                                                             Kiereboe van Heeswijk

Ons museumexemplaar (zie hierboven) reed overigens helemaal niet in het noorden, integendeel: het is afkomstig van het Noord-Brabantse kasteel Heeswijk, een romantische waterburcht met een bijna duizendjarige historie.

                                                                                                      Kasteel Heeswijk

De Kiereboe werd er in 1964 gekocht door drukkerij Bronsema in Leek en die schonk het aan de buurman, het Nationaal Rijtuigmuseum. Het is een voor zijn tijd mooi afgewerkte en degelijke speelwagen. Die degelijkheid valt meteen op als we kijken naar het onderstel: in de vorige afleveringen van deze rubriek werd geschreven over een enkele en een dubbele flêche. Hier zien we - hoe eigenaardig- brancards (dus twee langbomen, waarboven de lederen banden zijn gespannen) en bovendien nog een flêche in het midden. Verder zijn de steekleren en rugleuning van het rijtuig bekleed met gecapitonneerd bruin leer, en kijken we met aandacht naar het snijwerk, dan zien we bloemen en bloemranken en zelfs twee gesneden papagaai-vogels aan de achterzijde. De huidige donkergroene kleur bedekt helaas de oorspronkelijke vrolijk helderblauwe kleur.

 

                                                                                                Kiereboe van Schimmelpenninck

Ook de tweede, in Nederland overgebleven kiereboe reed niet in het noorden het betreft hier de kleine(re) kiereboe (zie hierboven) afkomstig van Kasteel het Nijenhuis. Het is gepast om ook dit exemplaar hier even aan te halen, aangezien dit rijtuig 20 jaar lang eveneens deel uitmaakte van de collectie van het museum in Leek (1987-2007) en opgenomen is in de catalogus. Momenteel is het te bezichtigen in Rijksmuseum Twenthe (Enschede), het rijtuig is namelijk afkomstig van Kasteel het Nijenhuis in Diepenveen, residentie van staatsman en Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825). 

                                                                     Rutger Jan Schimmelpenninck

Schimmelpenninck gebruikte voor zijn ambtsreizen naar Den Haag (ca.180 km!) dit rijtuig. Naar verluidt had de staatsman dan ook ernstig last van verzakte nieren en ingewanden. Aan het rijtuig van Schimmelpenninck zijn de typische Kiereboe kenmerken nog beter te zien: de gebogen bodemlijn, de naar achter oplopende wagenbak met aan achterzijde een deurtje en een klein platform voor bagage (of palfrenier?). En natuurlijk de neerklapbare linnen kap. Beide kiereboes konden gereden worden met één of twee paarden, afhankelijk van het gebruik.

© Jan Zijlstra - conservator

 

 

 

Gepubliceerd op 31-10-2014