Rijtuig van de week: nr. 03

Het rijtuig van deze week is de Vigilante. De Vigilante is een gesloten rijtuig en staat vooral bekend als huurrijtuig. Doordat de Vigilante een gesloten kast heeft, wordt dit type rijtuig ook vaak een Berline genoemd. Hoe komt dat nou? 

In de beide vorige afleveringen hebben we gezien dat de naam van het rijtuigtype Berline verwarrend kan zijn. Aan het eind van de 18e eeuw ontstond in Parijs een voor die tijd moderne, veilige en comfortabele reiskoets met dubbele flêche en een kast die op lange lederen banden (soupentes) rustte, een veersysteem dat we ook kennen bij de sjezen in ons museum. In de loop van de 19e eeuw kreeg het begrip Berline steeds minder betrekking op het onderstel met de dubbele flêche en sloeg het steeds meer op het kastmodel.

Door verbetering in de 19e eeuw van de wegen werd de noodzaak tot zware stevige rijtuigen minder en rijtuigbouwers maakten hiervan gebruik door de dubbele flêche weer te vervangen door één enkele langboom onder de kast door, die het voor- en achterstel met elkaar verbond. De kast werd (weer) opgehangen aan grote C-veren tussen voor- en achterstel. De naam Berline sloeg nu op het model van de gesloten kast, en niet meer op het onderstel. Van dit type Berline hebben we in het museum een vijftal rijtuigen. De Staatsie Berline van jonkheer Van Loon uit aflevering 1 van deze rubriek is daar één van en het is mogelijk het laatste exemplaar van dit type, dat in Nederland gebouwd is. Een ander voorbeeld is de Galaberline van het Groninger studentencorps Vindicat, misschien beter bekend als de “Senaatskoets”. 

Door verbetering van technieken van smeedstaal en gietijzer konden de rijtuigbouwers in de loop van de 19e eeuw steeds vaker gebruik maken van lichte metalen constructies, waardoor o.a. zware houten constructies vermeden konden worden. In plaats van de langboomconstructies met zwanenhals kon men een zelfdragend chassis maken door de met ijzer verstevigde rijtuigkast direct en stevig aan voor- en achterstel te verbinden. Rond 1865 ontstond er een dergelijk type rijtuig, waarbij de gesloten kast die één geheel vormde met de bok, middels bladveren direct aan de wielstellen waren verbonden. Dit type rijtuig noemen we Vigilante, maar door het type kast bleef aan dit rijtuig de naam “Berline” kleven. Tot op de dag van vandaag vinden we de namen Berline en Vigilante door elkaar. De Vigilante is een comfortabel rijtuig dat veel werd ingezet als huurrijtuig bij stalhouderijen, vooral als volgkoets bij trouwpartijen en rouwdiensten. De Vigilante was een populair rijtuig en kende ook varianten waarbij de kast niet het bekende schuitmodel had maar van het type zakmodel was; er waren varianten met 3 en met 7 ramen.

                                                    
                                                             Schuitmodel                                                            Zakmodel

In het museum hebben we meerdere Vigilantes, maar één ervan is de zogenaamde volgberline van Beijnes (de W-0256). Een volgberline was een rijtuig dat bij een rouwstoet achter de lijkkoets reed en naasten en vrienden van de overledene vervoerde. Voor bruiloftsoptochten werden ook volgberlines gebruikt, meestal wat minder stemmig van kleur. Ons rijtuig van Beijnes is om twee redenen bijzonder. Ten eerste omdat er in Nederland nauwelijks volgberlines voor de uitvaart bewaard zijn gebleven; en dit exemplaar is ook nog in authentieke staat. Ten tweede omdat het rijtuig uit de fabriek van één van de bekendste Nederlandse rijtuigbouwers komt: de firma J.J. Beijnes te Haarlem, later “Koninklijke fabriek van rijtuigen en spoorwagens J.J. Beijnes” genoemd.  

De firma Beijnes  was sinds 1838 gevestigd aan de Riviervischmarkt in Haarlem, waar ze aanvankelijk alleen rijtuigen bouwden. Van uitstekende kwaliteit. Nadat de eerste spoorweglijn in Nederland was geopend (Haarlem-Amsterdam, 1839) deed de firma Beijnes haar uiterste best om op de nieuwe vraag naar spoorwegrijtuigen in te spelen. Dit was  aanvankelijk niet gemakkelijk, door de concurrentie vanuit Duitsland en Engeland. Pas in 1855 geraakte men diep onder de indruk van de kwaliteit van de Beijnes wagons en de Haarlemse firma breidde meer en meer uit; het werd de belangrijkste producent van Nederlandse spoorweg- en tramrijtuigen. In 1859 werd een nieuwe fabriekshal van enorme afmetingen geopend op het oude stationsplein van Haarlem. In 1875 kreeg Beijnes het predicaat “Koninklijke fabriek” toegewezen. 

We hebben in het museum een 3-tal van dergelijke Berlines – Vigilantes, of hoe je ze ook wilt noemen. En voor wie het interesseert: in de nieuwe werkplaats van het museum wordt momenteel een Vigilante gerestaureerd. In geheel gedemonteerde staat is de constructie van het zelfdragende chassis en de kast heel mooi te zien. 

© Jan Zijlstra - conservator 

Meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Gepubliceerd op 13-08-2014