Rijtuig van de week: nr. 02

In de vorige aflevering is de Galaberline van jonkheer Louis van Loon uitgebreid ter sprake gekomen. Museum Nienoord bezit verschillende Berlines, waaronder een paar zeer bijzondere exemplaren. Reden om dieper in te gaan op dit type rijtuig.

Bij het begrip Berline denken we tegenwoordig meestal aan een (luxe) rijtuigtype met gesloten kast, bedoeld voor 4 personen die tegenover elkaar zitten. Voor de kast bevindt zich een koetsiersbok, aangezien de Berline over het algemeen niet door de eigenaar zelf gereden werd. Hij was in gebruik bij de adel (denk dus aan de Galaberline van de familie Van Loon), of werd als huurrijtuig ingezet, bijvoorbeeld als Volgberline bij begrafenissen. De “deftige” Berline heeft een flêche (zo heet de langboom die onder de kast doorloopt en de achteras stevig met het voorstel verbindt), terwijl de kast zelf hangt en wiebelt aan lederen banden die aan voor- en achterstel zijn bevestigd. De (latere) huurberlines missen de flêche en ook de lederen ophangbanden: de kast is hier rechtstreeks op de vering van voor- en achterstel geschroefd, we zouden hier kunnen spreken van een zelfdragende carrosserie.

Maar in oorsprong slaat het begrip Berline op een type rijtuig dat veel ouder is en in de evolutie van rijtuigen een ware revolutie betekende. Een rijtuig waarvan het voor- en achterstel niet werden verbonden door één langboom, maar door twee, die dan niet flêche, maar brancards werden genoemd. Denk bij dit woord ook aan de huidige betekenis ervan! We spreken nu over het laatste kwart van de 17e en het eerste kwart van de 18e eeuw (ca.1675-1725), wanneer we in de straten van Parijs steeds vaker deze zg. Berlines tegenkomen, die in vergelijking met zijn voorganger -de Karos- een licht, wendbaar en veilig vervoermiddel bleek te zijn. De Karos was zwaar gebouwd, met enorme wielen, een zeer zware flêche, met daarboven een in riemen bungelende kast van gigantische afmetingen. Door de grote wielen en die flêche onder de kast lag het zwaartepunt hoog, en door de slechte wegen van destijds kieperde een dergelijk rijtuig dan te gemakkelijk om. Brak een van de lederen draagriemen waar de kast aan hing, dan maakte het gevaarte mét inzittenden zonder pardon slagzij. Glazen ramen waren daardoor niet echt wenselijk….

Bij de Berline zweefde de kast echter boven of tússen twee langbomen (in plaats van één) en hierdoor kwam het zwaartepunt veel lager te liggen zodat omvallen minder snel voorkwam; en brak één van de soupentes (de lange riemen, waarop de kast rustte), dan bleef het geheel relatief veilig hangen op of tussen de brancards. Bovendien kon door de dubbele verbinding tussen voor- en achterstel de algehele constructie van het rijtuig lichter worden. De Berline werd dus -vooral na 1700- al snel gewaardeerd als een lichte, snelle en betrouwbare reiskoets.

Parijs…… waarom dan de naam Berline?  Ene Philippo della Chiesa (een Italiaan uit Piemonte) werd in 1660 kamerjonker, architect en hoofdkwartiermeester van de keurvorst van Brandenburg -Friedrich Wilhelm- en werd door deze rond 1660 naar Parijs gestuurd om zakenbelangen te behartigen. Voor de reis van Berlijn naar Parijs liet Della Chiesa een speciaal rijtuig naar eigen ontwerp bouwen. In de Franse hoofdstad zou dit rijtuig met veel bewondering zijn ontvangen en… nagebouwd. De naam `Berline` duikt er in 1699 voor de eerste maal op.

Hoewel dit verhaal door de eeuwen heen vaak aangehaald werd, en deels een kern van waarheid bevat (de naam), neemt men tegenwoordig aan dat de veel stabielere constructie met twee langbomen indertijd voortkwam uit het toentertijd in Parijs reeds bekende systeem met brancards voor vrachtvervoer. De slimme Parijse rijtuigbouwers begonnen dit systeem simpelweg ook toe te passen op de rijtuigen voor personenvervoer.

Hoe het ook zij, de “uitvinding” van de Berline was een revolutie in de ontwikkeling van het rijtuig en het werd al snel in heel Europa de standaard voor de 18e eeuwse reiskoets, van Rusland tot Spanje. Na circa 1720 werd de term Berline meer en meer een begrip voor alleen het chassis: niet alleen een gesloten kast voor vier personen werd op zo`n Berline-onderstel geplaatst, ook zag men meer en meer de Berline-coupé  (een gecoupeerde, doorgesneden, dus halve kast). Men kwam zelfs het begrip Berline-phaeton tegen.

 

Afbeelding: Een Berline van de Russische keizerin Catharina de Grote (ca. 1760)

Naarmate de Europese wegen in de 19e eeuw beter werden en de kans op kantelen geringer werd, begonnen meer en meer rijtuigbouwers echter weer rijtuigen te maken met slechts  één langboom: de flêche. Tenslotte was dit al met al goedkoper, te meer omdat men door toepassing van meer en beter ijzerwerk sterkere constructies kon maken.

Vanaf circa 1820 slaat het begrip Berline dan niet meer zozeer op het onderstel, maar juist op het kasttype, waarmee we weer aangekomen zijn bij ons hedendaagse begrip van de Berline: een gesloten kast en een koetsiersbok met voor- en achterstel, verbonden door een flêche, of -in een eenvoudiger, latere variant- door de Berline met “zelfdragende carrosserie”. Helaas is er in Nederland geen oude, geen 'echte’ Berline overgebleven.

In de volgende aflevering komt één van de andere Berlines van Museum Nienoord aan bod.

© Jan Zijlstra - conservator 

Gepubliceerd op 19-05-2014